Sint Bonaventura
Bezieling en bezinning in het onderwijs

ACTUELE SITUATIE VAN HET ART. 23 DEBAT

In de loop van 2019 vond er een raadpleging plaats door de Onderwijsraad over artikel 23 van de grondwet. We zijn het aan onze stand verplicht om hier iets van ons te laten horen. Mede omdat iedere tijd om een relevante invulling  van (de vrijheid van) onderwijs vraagt. Anno 2019 is het bestaansrecht van het duale stelsel eigenlijk geen discussiepunt. Het lijkt ons eerder dat we in deze discussie de vraag naar de verhouding tussen de professionele en pedagogisch gemotiveerde autonomie van de leraar en de school versus de steeds specifiekere wet- en regelgeving m.b.t. het onderwijs en de toenemende rol van de onderwijsinspectie aan de orde moeten stellen.

Geïnteresseerd in een beeld van onze gedachte vorming hierover, mogelijk om een rol daarin te spelen? Uw reacties zijn welkom,  kijk hier.  Daar heeft u toegang tot allerlei relevante informatie over dit dossier.

In de 4e Bonaventura-lezing over 'de pedagogische betekenis van de vrijheid van onderwijs' staat Wilna Meijer, vanuit een pedagogische invalshoek stil bij de actuele mogelijkheden en betekenis van artikel 23.

Bona-lid Bill Banning schreef voor de opiniepagina van het  AD een interessante bijdrage over katholiek onderwijs en sociale integratie die wij op de pagina "leden schrijven" hebben opgenomen.

En ook onze oud voorzitter Cees Akerboom staat in een bijdrage stil bij de betekenis van het bijzonder onderwijs. Ook deze bijdrage is natuurlijk ook op de pagina "leden schrijven" opgenomen

Op maandagavond 23 september jl.  zijn de fractievoorzitters van VVD en ChristenUnie, Klaas Dijkhoff en Gert-Jan Segers met elkaar in debat gegaan over de dilemma's en kansen van Artikel 23.  Kijk  hier voor de uitnodiging. Hier voor de registratie van het debat en hier voor de originele en kundige inleiding van PG Kroeger.
Wat dat debat duidelijk heeft gemaakt is dat er geen enkele politieke meerderheid lijkt te zijn om het artikel zelf te discussie te stellen. Wel kwam regelmatig de vraag aan de orde of de overheid voldoende mogelijkheden heeft om in te grijpen bij misstanden. Bij situaties waarin de vrijheid van onderwijs ("Het geven van onderwijs is vrij") misbruikt wordt. Beide politici leken daarbij een voorstander van (weer) meer regelgeving. 
Over het nut en noodzaak daarvan heeft Bonaventura zo zijn twijfels. Op de eerste plaats omdat het bij de aanleiding voor al die bespiegelingen (met name het gedoe rondom het islamitische Haga lyceum te Amsterdam) vooralsnog om vermeende misstanden gaat. Op de 2e plaats om dat bij echte, d.w.z. evidente, misstanden er mogelijkheden zijn in het strafrecht. Op de 3e plaats omdat wij van mening zijn dat wet- en regelgeving niet gebaseerd moet zijn op incidenten. Die vragen om gerichte actie, niet om meer regelgeving die de vrijheid van onderwijs structureel onder druk kan zetten.

Ook de PvdA heeft zich recent over artikel 23 gebogen. Hun voorstellen lijken eenzijdig gericht op de positie van de leerling. Op het recht op onderwijs. Terwijl de huidige wettekst juist aanknopingspunten bevat voor een meer evenwichtige aandacht voor alle betrokkenen.  Aan een commentaar op die voorstellen wordt momenteel binnen Bonaventura gewerkt. Hier een link naar die voorstellen. We houden ons aanbevolen voor uw commentaar

E-mailen
Bellen
LinkedIn