Sint Bonaventura
Bezieling en bezinning in het onderwijs

 

Is er nog toekomst voor het bijzonder onderwijs in Nederland?

door Harrie Meelen

 

“God moet zo snel mogelijk van school verbannen worden” stelde onderwijs-columniste Aleid Truijens onlangs in de Volkskrant. Haar verhaal is een van de vele opinies over bijzonder onderwijs . De directe aanleiding hiervoor  waren uitspraken van onderwijsminister Slob over het recht van reformatorische scholen om ouders een intentie verklaring over homoseksualiteit te laten ondertekenen. De verklaring leidde tot commotie en  sterk afwijzende reacties in brede kring. De minister kwam na veel kritiek terug op zijn eigen uitspraken . Slob vindt niet dat scholen een verklaring kunnen vragen aan ouders waarin staat dat zij afstand nemen van homoseksualiteit . “Dat is een brug te ver” aldus de minister later in de media en de tweede kamer. De minister erkende in het debat dat er een ‘spanning ‘is tussen verschillende grondrechten, zoals de vrijheid van onderwijs en het verbod op discriminatie. Een wijziging van de grondwet door afschaffing van, of aanpassing van artikel 23 zou wel een einde kunnen maken aan deze in reformatorische kring vereiste verklaring. Ik vind een aanpassing van de wet  waarin discriminerende  verklaringen onmogelijk worden wenselijk . Als de kern van  artikel 23 maar behouden blijft. De ontstane commotie leidde tot fundamentele vragen in hoeverre de overheid bepalend is voor de inhoud van het onderwijs.

 

Artikel 23 : Vrijheid van onderwijs

   In Nederland geldt een tamelijke unieke vrijheid van onderwijs , het beroemde artikel 23 uit 1917, waarbij bijzonder-lees confessioneel  of op pedagogische ideeën gebaseerd onderwijs financieel volledig door de overheid wordt bekostigd. Zeker voor het lange tijd achtergestelde katholieke volksdeel heeft dit systeem mede bijgedragen tot haar volledige emancipatie. En ook nu  blijkt  uit een recente dissertatie van Marietje Beemsterboer over het islamitische basisonderwijs in Nederland dat dit bijzondere onderwijs  bijdraagt aan betere integratie van moslims.  

Vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw zorgde de secularisering voor een verregaande ontzuiling van de Nederlandse samenleving. Het confessionele onderwijs bleef als een van de weinige pijlers van deze  verzuiling in stand. De volgende vragen laten zich dan stellen . Hechten zeer velen toch aan een opvoeding die duidelijke wortels heeft in de christelijke traditie en die ook wordt waargemaakt in onderwijs en opvoeding? Of is het gewoon de gemakkelijke keuze voor de school om de hoek?  Of de school wat minder gekleurd ? Is het einde van artikel 23 nabij? Bieden louter waarden als vrijheid en gelijkheid zoals nu verankerd in de grondwet voldoende waarborg voor een door ouders gewenste opvoeding van kinderen? Of blijft er ook plek voor een school met ruimte voor  levensbeschouwelijke vorming? Doen specifieke waarden zoals barmhartigheid, vergevingsgezindheid, liefde voor de naaste en solidariteit en de uniciteit van elk mens er ook toe op een school? Mag een school een broedplaats zijn voor gerechtigheid ,vrede en heelheid van de schepping? Voor zo’n school zou zeker plek moeten zijn in onze samenleving. Maar is het nog haalbaar in onze seculiere maatschappij?  Zonder onderwijspersoneel dat dit gedachtengoed ook wenst uit te dragen lijkt me dat onmogelijk. Een kleine minderheid reformatorische en evangelische scholen eist van haar onderwijspersoneel actieve religieuze betrokkenheid. De grote meerderheid van katholieke en algemeen christelijke scholen vraagt slechts onderschrijving van vaak vrij vage algemeen christelijke doelstellingen door haar personeel . Zo zijn er inmiddels veel scholen van die signatuur ontstaan waar geen enkele leerkracht belijdend christen is. Dit leidt tot de terechte vraag of binnen zo’n schoolteam de onderschreven identiteit nog kans van slagen heeft. Een wat meer inspirerende kerk zou hier wellicht een positieve rol in kunnen spelen .


 

E-mailen
Bellen
LinkedIn